Yorkshire terriër pups kopen – Professioneel Belgisch York fokker

Een miniatuurhond met enorme ambities, een formidabel dier in een klein lichaam – dit alles gaat over de Yorkshire Terriër. Ondanks hun bescheiden omvang zijn ze intern zo groot en formidabel als grote hondenrassen. Yorks zijn onafhankelijk en schandalig, terwijl ze zich tegelijkertijd onderscheiden door ontwikkeld intellect en hard werken.

Het is onmogelijk te geloven dat het Yorkshire-ras werd gefokt om op knaagdieren te jagen. Het doel van hun fokkerij was het verwijderen van ratten plagen in het Verenigd Koninkrijk. Dat wil zeggen, deze schattige kinderen zijn ontworpen om werknemers te helpen in de strijd tegen knaagdieren. Maar al snel raakten ze geïnteresseerd in de hogere samenleving als huisdieren. Ondanks het feit dat ze terriërs zijn, hebben ze zich bewezen als kleine schoothondjes.

Eigenschappen Yorkshire terriër

Gevoeligheden

Stevigheid4 out of 5 stars
Verzorging nodig4 out of 5 stars
Haarverlies2 out of 5 stars
Verdraagt warmte2 out of 5 stars
Verdraagt koude2 out of 5 stars

Opvoeding

Jachtinstinct2 out of 5 stars
Onafhankelijk3 out of 5 stars
Neiging om te blaffen3 out of 5 stars
Vriendelijk tegenover vreemden2 out of 5 stars
Nood aan mentale uitdaging4 out of 5 stars
Nood aan beweging5 out of 5 stars

Ras eigenschappen

Schofthoogte15-20 cm
Gewicht3,2 kg
Levensverwachting14-15 jaar

Geschiedenis van de Yorkshire terriër

De Yorkshire Terriër maakt de indruk een zeer moderne, zelfs modieuze hond te zijn. Daarom is het moeilijk voorstelbaar dat deze hond al meer dan een eeuw oud is. Als men hem vergelijkt met de gemiddelde Terriër, die toch wordt verondersteld het wild onder de grond te volgen, dan wordt de vraag actueel of de Yorkshire Terriër echt in deze groep thuishoort. Dat is echter wel degelijk het geval. Deze langharige ‘playboy’ onder de Terriërs blijkt namelijk een burgerlijke tegenhanger en afstammeling te zijn van de Terriërs die als ongedierte- of roofwildverdelger aan de kost kwamen. Zijn voorouders volgden het wild onder de grond of spoorden op het boerenerf de ratten op. De Yorkshire Terriër verschuilt onder zijn fraaie uiterlijk dan ook nog veel van deze kwaliteiten. Hoe hij van begeleider op de jacht en van scharrelaar op het boerenerf in de deftige salons van wereldsteden terecht is gekomen, heeft alles met de ontstaansgeschiedenis van dit ras te maken.

De Yorkshire Terriër dankt zijn ontstaan aan de verhuizing van textielarbeiders uit Glasgow en omstreken naar het graafschap Yorkshire in Noordoost-Engeland. Dat gebeurde in het begin van de 19e eeuw. Het betrof hier over het algemeen zeer arme Schotten die bezeten waren van de jacht, of beter gezegd van allerlei vormen van stroperij. Vanwege de vaak mensonterende omstandigheden waaronder deze mensen moesten leven, kwam hun passie goed van pas. Op die manier wisten zij in ieder geval nog wat eiwitrijk voedsel in de wacht te slepen. Zowel voor de jacht als voor het stroperswerk zijn lenige en moedige honden nodig. Men gaat ervan uit dat het overheersende type stropershondje uit die dagen veel moet hebben weg gehad van de Skye Terriër. De honden van de textielarbeiders uit Glasgow hadden alleen vaak een lange, rechte en zachte vacht in plaats van de lange, rechte en stugge vacht van de Skye Terriër. Deze honden kwamen vrij algemeen in Glasgow en omgeving voor, en werden de Clydesdale Terriër, Paisley Terriër of ook wel Silky Skye Terriër genoemd. De fokkers van de Skye Terriër troffen dergelijke zacht behaarde honden weleens in de nesten van hun ras aan, maar vonden dat maar niets. Zij waren van mening dat deze honden, die bovendien geen ondervacht hadden, moesten worden afgemaakt. Toch bestonden er wel degelijk liefhebbers voor de Clydesdale Terriër, vooral in de buurt van het dal van de Clyde (vandaar de naam). Deze Terriër had niet alleen een afwijkende vachtstructuur, maar ook een afwijkende vachtkleur. De vacht was van achterhoofdsknobbel tot aan de staartwortel staalblauw, zonder bruine, lichte of donkere haren. Het hoofd, de benen en de voeten moesten van een heldere kleur tan zijn, zonder grijze, donkere of roetkleurige vlekken.

De Clydesdale Terriër was heel adellijk, maar veel stoerder en robuuster van bouw dan de latere Yorkshire Terriër. In 1884 werd er in Glasgow zelfs een rasclub voor de Clydesdale Terriër opgericht, maar die ging al snel ter ziele. Vier jaar later volgde de oprichting van de Paisley Terriër Club onder de vleugels van de Kennel Club. Ook deze hondjes behoorden voornamelijk toe aan wevers, net zoals die van de emigranten in Yorkshire. Toen de handweefmachines van de mensen thuis echter werden vervangen door mechanische weefmachines in fabrieken, werd ook de band van de wevers met deze hondjes verbroken en verdween het ras. Van sommige Paisley’s is trouwens nog bekend dat het enorme rattenvangers waren.

De textielarbeiders uit Glasgow namen hun ClydesdaIe Terriërs mee naar Yorkshire. Deze kleine, maar tamelijk lange en zware honden werden daar gekruist met lokale Terriërvariëteiten. Daaronder bevonden zich de Skye Terriër, de Dandie Dinmont Terriër, de Manchester Terriër (toen nog niet opgedeeld in een normale en een toyvariëteit, de latere Engelse Toy Terriër) en kleine varianten van de beroemde Old English Broken Haired (Black and Tan) Terriër. Het resultaat van een en ander was een veel kleinere, maar hoogbenige en licht gebouwde Terriër, de directe voorloper van de Yorkshire Terriër. Deze uiterst alerte hond was snel onder de grond en fel op het wild. Een bijkomend voordeel was dat hij zo’n klein formaat had, dat hij goed in een zak kon worden verborgen als de stroper op heterdaad werd betrapt. Het was dus een ideale hond voor de Schotse emigranten.

Het enige wat nog aan deze nieuwe creatie ontbrak, was een overdadig lange vacht. Nu brachten Britse zeelieden van hun reizen naar onder andere de Middellandse Zee allerlei bezienswaardigheden mee, ook Maltezertjes. Men neemt aan dat de Yorkshire Terriër is ontstaan uit kruisingen tussen de kleine stropersterriër en de Maltezer. Deze kleine, moedige, rustige en trouwe hond bleef niet lang alleen in handen van de wevers. Hij oefende blijkbaar zo veel aantrekkingskracht uit, dat ook de gegoede burgerij zich meester maakte van hem. De oorspronkelijke fokkers deden daarbij zulke goede zaken, dat zij speciale foklijnen voor het ras gingen opzetten. Daardoor kreeg het zijn moderne, homogene vorm. De Yorkshire Terriër maakte vervolgens ook zijn opwachting op hondententoonstellingen. Dat gebeurde eerst in de categorie van niet-erkende terriërrassen, maar vanaf 1886 in eigen klassen. In dat jaar werd de Yorkshire Terriër namelijk officieel door de Kennel Club erkend. De oprichting van een Yorkshire Terriër Club volgde spoedig, maar het duurde tot 1898 voordat er een officiële standaard werd vastgesteld. Deze relatief lange fase zonder stamboom heeft het ras echter niet geschaad, want het was al heel lang zeer homogeen en de eigenschappen waren goed vastgelegd. Zoals ook in de latere standaard lag de nadruk niet alleen op karakter en type, maar eveneens op vachtkwaliteit en vachtkleur (het feit dat de Clydesdale ook al op kleur werd gefokt, zal daar niet vreemd aan zijn geweest). Bovendien werd de fokkerij begunstigd door het feit dat Mr. Franck Pearse uit Kent al sinds 1874 een stamboek voor dit ras voerde. De Yorkshire bereikte al vóór 1880 het Amerikaanse continent, terwijl hij in het begin van deze eeuw in België en Nederland werd geïmporteerd. Het ras boekte dus snel succes en onderging een overeenkomstige expansie.

Het gevolg van een en ander was dat de Yorkshire Terriër een modehond werd. Tal van fokkerijen wierpen zich op de vermeerdering van het ras zonder de voor een gezonde en verantwoorde fokkerij vereiste doelstellingen in het oog te houden. Ook puppy’s van een twijfelachtige afkomst, met vervalste papieren en vaak niet eens gespeend, werden als Yorkshire Terriër verhandeld. Daarom moet een Yorkshire Terriër ook altijd via de rasclub worden aangeschaft. Het adres daarvan is te achterhalen via de overkoepelende organisatie op kynologisch gebied. Op die manier weet men zeker dat de puppy’s in ieder geval zijn ingeschreven in het stamboek, zijn ingeënt en getatoeëerd, en afkomstig zijn van ouders die aan bepaalde voorwaarden voldoen (bijvoorbeeld een minimaal aantal kwalificaties op tentoonstellingen hebben behaald).

Ras standaard

Algemeen:

Het algemene beeld moet dat van een langharig dameshondje zijn. De vacht hangt volkomen recht en aan beide kanten gelijk naar beneden, met een scheiding van de neus tot aan het eind van de staart. De hond moet zeer compact en goed gevormd zijn. Hij loopt bijzonder opgericht en doet heel gewichtig. Het algemene silhouet laat de aanwezigheid van een krachtig en evenredig lichaam zien.

Hoofd:

Vrij klein en vlak. De schedel is niet te zwaar of te rond, en ook niet te lang van snuit. Een volkomen zwarte neus.

Gebit:

De mond sluit perfect met tanden die zo gaaf mogelijk moeten zijn. Als een hond door een ongeluk een tand heeft verloren, geldt dit niet als een fout indien de kaken even lang zijn.

Oren:

Klein en in de vorm van een V. Staan half of helemaal. Worden niet ver van elkaar gedragen.

Ogen:

Middelmatig groot. Donker en levendig, met een scherpe, schrandere uitdrukking. Zo geplaatst dat ze recht vooruitkijken. Ze mogen niet uitpuilen. De randen van de oogleden moeten donker van kleur zijn.

Lichaam:

De romp is zeer compact en voorzien van goede lendenen. De rug is van boven vlak.

Benen:

Volkomen recht.

Staart:

Wordt niet meer ingekort.

Vacht:

Volkomen recht (niet golvend). Glanst als zijde. De haren zelf zijn als fijne zijde. Het haar op het hoofd is lang, terwijl het op de zijkanten van het hoofd nabij de oor aanzet en op de snuit zeer lang is. De oren zijn bedekt met kort haar. Het haar op het lichaam is matig lang. De benen zijn goed bedekt met haar dat op de voorbenen niet hoger reikt dan de elleboog en op de achterbenen niet hoger dan de knie.

Blauw (niet zilverblauw) loopt van het achterhoofd tot de staartaanzet. Er mogen vooral geen rosse, bronskleurige of donkere haren in voorkomen. Het haar op het hoofd is goudbruin (tan). Aan de zijkanten van het hoofd nabij de ooraanzet en op de snuit is het haar dieper goudbruin. Het haar op de borst is rijk helderbruin (tan). Het tan van het hoofd mag zich in geen geval uitstrekken over de nek, terwijl zich tussen het tan geen donker of zwart haar mag bevinden.
Al het tankleurige (roestbruine) haar moet aan de wortel donkerder zijn dan in het midden, waar het nog lichter wordt naar het uiteinde toe.

Voeten:

Zo rond mogelijk. De nagels zijn zwart

Kleur:

Staalblauw met roestbruine tan. Het staalblauw (niet zilverblauw) loopt van het achterhoofd tot de staartaanzet. Er mogen vooral geen rosse, bronskleurige of donkere haren in voorkomen. Het haar op het hoofd is goudbruin (tan). Aan de zijkanten van het hoofd nabij de ooraanzet en op de snuit is het haar dieper goudbruin. Het haar op de borst is rijk helderbruin (tan). Het tan van het hoofd mag zich in geen geval uitstrekken over de nek, terwijl zich tussen het tan geen donker of zwart haar mag bevinden.

Al het tankleurige (roestbruine) haar moet aan de wortel donkerder zijn dan in het midden, waar het nog lichter wordt naar het uiteinde toe.

Karakter en temperament van de Yorkshire Terriër

Ah, Yorkies … de kleine schattige hond die vol is van houding en persoonlijkheid. Ze zijn eigenzinnige en onafhankelijke, sensatiezoekers en knaagdierenjagers. Ze vinden het leuk om de baas te zijn en zijn niet bang om het te laten zien. Als je meerdere grote honden in je huis hebt, en slechts één kleine Yorkie, kan ik bijna garanderen dat jouw Yorkie de baas is over alle andere honden.

Hun gedurfde en zelfverzekerde karakter kan zelfs leiden tot wat koppigheid en “selectief” luisteren. Oh, ze horen je, ze willen gewoon niet nu luisteren. Ze lijken soms hun eigen agenda te hebben en doen alsof niemand hen kan tegenhouden hun taken te volbrengen.

Begrijp me niet verkeerd, Yorkies zijn ongelooflijk intelligent en kunnen worden getraind om veel dingen te doen, zelfs hoe te luisteren ELKE keer dat je een opdracht geeft. Het trainen ervan blijkt echter moeilijker te zijn dan sommige andere rassen vanwege hun luide persoonlijkheid.

Ondanks dat ze een beetje meer houding hebben dan je typische hond, zijn Yorkshire Terriërs een ongelooflijk liefdevol en loyaal ras. 

Naar andere honden of vreemde mensen toe is niet erg sociaal, maar wel trouw aan zijn baasje.

Ze zijn levendig, lief, (over)moedig en waakse hondjes. Zonder een luide blaffer te zijn, is hij een uitstekend waakhondje, wanneer er onraad is, of vreemde personen in de buurt komen.

Zelf beseft hij niet hoe klein hij is. Een York blaft naar honden die groter zijn dan hij. Anderzijds is hij dan weer nieuwsgierig en trekt hij graag de aandacht.

Dit hondje voelt zich opperbest in aanwezigheid van zijn baasje en binnenshuis kan hij zich dan ook heel rustig en braaf gedragen.

Yorkjes vragen een zeer consequente opvoeding. Men moet ze zeer jong bijbrengen wat er van hen verlangd wordt. Hij kan overal mee naartoe, omdat hij ondanks zijn zelfverzekerdheid prima kan worden opgevoed.

Algemeen genomen komt de Yorkshire Terriër goed overeen met kinderen.

Ze zullen ook veel relaxte en ontspannen momenten hebben en zijn zeker niet 24/7 energiek. De meesten zullen uren op je schoot liggen als je ze toestaat, en ze zullen je overal in huis volgen. Ze zijn geweldige metgezelhonden en zullen het geweldig vinden om met je mee te gaan waar je ze maar wilt nemen.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog wordt een Yorkshire terriër?

Een Yorkshire terriër wordt meestal 15-20 cm schofthoogte.

Wat is het gewicht van een Yorkshire terriër?

Het gewicht van een Yorkie is 3,2 kg. De ene weegt al wat meer, en de andere al wat minder.

Hoe oud wordt een Yorkshire terriër?

Een Yorkshire terriër kan tot 14-15 jaar worden.

Levensomstandigheden van de Yorkshire Terriër

De Yorkshire terriër kan gemakkelijk op een appartement gehouden kan worden. Dit kleine hondje heeft niet per se een tuin nodig, een korte wandeling is meer als voldoende. De Yorkshire Terriër is gek op spelen en bezit een bijna onuitputtelijke energie.

Verzorging van de Yorkshire Terriër

Dit ras moet elke dag gekamd en geborsteld worden om knopen te voorkomen. Als u hier geen voldoende tijd voor heeft, kan u de Yorkshire ook in een trimsalon laten kortknippen, 3 à 4 maal per jaar.
De Yorkshire Terriër is een hond die geen haar verliest. Ook kan uw Yorkshire 1 à 2 maal per maand wassen en vergeet hierbij niet de oren te reinigen.
De pony kan met het alom bekende strikje op zijn hoofd vastgezet. Het haar op zijn rug wordt in een midden scheiding gekamd. Wil men van zijn huisdier een showhond maken dan vereist dit speciale verzorging waarbij het regelmatig laten toiletteren en het zetten van de beroemde papillotten hoort.

Of je nu gewoon een Yorkshire Terriër in je huis verwelkomt of je kleine jongen of meisje is al een tijdje gevestigd, we zijn blij dat je hier bent om enkele belangrijke verzorgingstips voor Yorkie te lezen. Hoewel het misschien een beetje overweldigend lijkt om na te denken over alles wat nodig is om goed te zorgen voor een toy rashond zoals de Yorkshire Terriër, zul je merken dat als je eenmaal georganiseerd bent en in een schema valt, de dingen vrij soepel kunnen verlopen.

De zorg voor een Yorkie omvat 7 basiselementen: 

  1. Creëer een gedefinieerde ruimte voor uw Yorkie om hun tijd door te brengen wanneer u geen toezicht kunt houden, weg van huis bent en ‘s nachts slaapt.
  2. Bied goed uitgebalanceerde gezonde maaltijden en snacks aan en zorg voor voldoende waterinname.
  3. Verzorg je Yorkie regelmatig; dit omvat baden, borstelen, vachtverzorging, nagelafsnijdsels en tandheelkundige zorg thuis.
  4. Help je Yorkie om aan de dagelijkse trainingsvereisten te voldoen en deel te nemen aan leuke en gezonde activiteiten met je kleine man of meisje.
  5. Neem voorzorgsmaatregelen om uw Yorkshire Terriër te beschermen tegen problemen die vaak van invloed zijn op honden van toyrassen.
  6. Zorg voor bepaalde zorgelementen met verschillende intervallen (dagelijks, wekelijks, maandelijks) op basis van de benodigde Yorkie’s; dit omvat pootbescherming, verzorgingsaanpassingen, vlooien- en tekenafstotende middelen en meer.
  7. Neem maatregelen om fysiek en emotioneel welzijn te waarborgen; dit omvat jaarlijkse gezondheid controles bij de dierenarts, het aanpakken van problemen zoals verlatingsangst en het samen doorbrengen van elkaars tijd.

Meer verzorgingstips

Oorsprong van de Yorkshire Terriër

Het ras is slechts 100 jaar oud. De Yorkshire Terriër, stamt uit het begin van de 19e eeuw. Het waren mijnwerkers, uit de streek van West Riding in Engeland, die een kleine rattenverdelger zochten, die niet te groot was om in hun vestzak te kunnen stoppen. Deze mijnwerkers kruisten ‘black and tan terriërs’ met Paisleys, met Clyesdales, en ook nog met de Skye en de Dandie Dinmont Terriër.
Aanvankelijk, was de Yorkshire Terriër een veel grotere hond dan die wij vandaag zien, maar door de kleinste individuen selectief te kweken, werd de hond geleidelijk aan verkleind in de loop der jaren.

De prijzen van de Yorkshire Terriër pupjes kan u hier terugvinden!

Relevante Rassen

Beschikbare Yorkshire terriër puppy’s

Mails van onze Yorkshire klanten

Hieronder vindt u de laatste mails van tevreden klanten die bij ons een Yorkshire terriër gekocht hebben. U kunt ook alle mails leven over de Yorkshire terriër.

[feedzy-rss feeds=”https://klantentevredenheid.woefkesranch.be/woefkesranch/yorkshire-terrier-2/feed/” max=”5″ feed_title=”no” target=”_blank” meta=”no” summary=”yes” ]

Bekijk 1 van onze nestjes (archief)

York puppy’s Woefkesranch

Follow Us!